Deze goede praktijk is een van de inzendingen van het Blend Event 2023 (Avans Hogeschool).
Tekst is geschreven door docent en ICTO-coach Milou Timmer.

Inzending door: Academie voor Life Sciences en Technologie (ALST)
Onderwijseenheid: Schriftelijk rapporteren (jaar 1) (1EC)
Leeruitkomsten:
- Verslaglegging: De student schrijft op basis van een eigen onderzoek delen van een onderzoeksverslag zodanig dat deze aan de richtlijnen zoals die bij ALST worden gehanteerd voldoet.
- Samenwerken: De student geeft onderbouwde feedback op teksten van een andere student op de aspecten inhoud, vorm en taalgebruik op grond van de richtlijnen zoals die bij ALST worden gehanteerd.
- Literatuuronderzoek (les 2): De student formuleert zoektermen op basis van een eigen onderzoeksvraag uit het project, zodanig dat hij een literatuuronderzoek kan doen. En: De student verzamelt op een gestructureerde wijze zelfstandig secundaire literatuur over deze onderzoeksvraag, zodanig dat hij zijn onderzoeksvraag kan onderbouwen met literatuur.

Samenvatting
Hoe is het blended onderwijs vormgegeven en waarom dit volgens jullie een good practice is?
Het doel was om de module Schriftelijk rapporteren (SR) door te ontwikkelen zodat de studenten meer ruimte krijgen voor het oefenen met schrijven en zij meer feedback ontvangen op hun geschreven teksten. We hebben verschillende aanpassingen doorgevoerd in de afgelopen jaren: 
1. Opbouw lesprogramma
2. Inzet van kennisclips
3. Inzet van peerfeedback middels de tool FeedbackFruits
Voorheen werd in de onderwijsmodule Schriftelijk rapporteren de theorie door de docent klassikaal uitgelegd en vervolgens kreeg de student een schrijfopdracht mee naar huis. Dit hebben we omgedraaid (flipping the classroom). 

1. De opbouw nu: De module omvat zes lessen, waarbij elke les in drie delen is opgedeeld: voor, tijdens en na de les. Per deel zijn er verschillende onderwijsmaterialen beschikbaar voor de student. De onderwerpen van de lessen zijn afgestemd met het tijdspad van het project, aangezien we tijdens de lessen werken aan het projectverslag. 
Voor: als voorbereiding moet de student een kennisclip bekijken. 
Tijdens: in de les zijn er verschillende verwerkingsopdrachten en wordt er stilgestaan bij de peerfeedback die is gegeven. 
Na: als huiswerk schrijft de student een verslagonderdeel waar hij peerfeedback op ontvangt. 

2. Er zijn kennisclips ontwikkeld over de verschillende deelonderwerpen die aan bod komen: hoe schrijf je een inleiding, hoe formuleer je een conclusie etc. De kennisclips zijn hier op Mymedia te bekijken: https://mymedia.avans.nl/playlist/dedicated/144635311/1_0ap2fcat/1_2gzjyf . De studenten bekijken deze kennisclips ter voorbereiding op hun les. In de les gaan ze vervolgens aan de slag met een schrijfopdracht. 

3. Om de studenten van feedback te voorzien hebben we gekozen voor peerfeedback. Uit onderzoek is onder andere gebleken dat de studenten elkaar vaker specifiekere feedback geven dan de docent. Om peerfeedback in te richten hebben we gebruik gemaakt van de tool FeedbackFruits, welke geïntegreerd is in Brightspace. De studenten leveren een stuk tekst aan (bijvoorbeeld de Inleiding of de Conclusie) en vervolgens geven er twee medestudenten feedback in de vorm van een rubrics en enkele open vragen. De feedback die gegeven is wordt ook beoordeeld door de ontvanger, zodat de andere student ook weet hoe zijn feedback is ontvangen. We doen alle stappen in dit proces anoniem om een zo neutraal mogelijke mening te krijgen van de studenten. 

De combinatie van de flipped classroom en de peerfeedback is een mooi voorbeeld van blended onderwijs waarbij er een goede mix tussen online en f2f onderwijs is. 

Uitleg onderwijspraktijk via deze videopitch:

 Link naar Mymedia video: https://mymedia.avans.nl/media/Blend+Event+inzendingA+Schriftelijk+rapporteren/1_sjg2p6r6 .

Uitgebreide beschrijving praktijkvoorbeeld:

Context
In welke context is het blended onderwijs (her)ontworpen? Wat was de aanleiding voor het (her)ontwerp?
De onderwijsmodule Schriftelijk rapporteren werd niet altijd goed beoordeeld. Redenen voor studenten waren de lange lessen waarbij vooral veel informatie gezonden werd en ze het gevoel hadden dat ze niet genoeg feedback op hun geschreven teksten kregen. Daarnaast ontstond er regelmatig onduidelijkheid over de afspraken en regels omtrent het schrijven van een onderzoeksverslag doordat docenten het allen enigszins anders vertelden. 

Het (langdurige) zenden van informatie tijdens colleges en de verschillen tussen docenten hebben we ondervangen met de inzet van kennisclips. De kennisclips zijn kort (maximaal 7 minuten (1e reeks) en maximaal 3 minuten (2e reeks)) en worden door verschillende docenten ingesproken, zodat het zichtbaar is dat het door de gehele academie wordt gedragen (en niet alleen de vakeigenaar bijvoorbeeld).

Het ontvangen van feedback hebben we opgelost met de inzet van peerfeedback, maar ook met kleine schrijfopdrachten in de les waar direct feedback opgegeven wordt door docent (en medestudent).

Aanpak
Wat was de aanpak/methode om het blended onderwijs te ontwikkelen?
Het ontwikkelen van de kennisclips is in twee stappen gebeurd, beide in projectvorm. Het grootste project was "SchrijfGOED" waarin acht kennisclips zijn ontwikkeld in samenwerking met Multimediasupport (binnen Avans hogeschool). 
Peerfeedback hebben we eerst middels een pilot met een kleinere groep geprobeerd om dit vervolgens uit te zetten bij de gehele groep. De opvolgende jaren hebben we op basis van de evaluatie aanpassingen gedaan, zoals het volledig anonimiseren van het feedbackproces en het beoordelen van de ontvangen feedback. 

Evidence informed
Hebben jullie bijvoorbeeld in het ontwerpproces besluiten genomen op basis van literatuur, praktijkervaringen of studiedata? Hebben jullie tijdens en na het traject de ontwikkeling van het blended onderwijs geëvalueerd?
Edwin Melis heeft veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het gebruik van peerfeedback en heeft onder andere: https://www.surf.nl/over-peerfeedback en in het boek “Feedback in de klas. Verborgen leerkansen”, geschreven door Stijn Vanhoof en Geert Speltincx gebruikt. 
De inzet van video’s en de uitwerking hiervan (onder andere vorm en duur van video) is bepaald op basis van praktijkervaringen van andere hogescholen, maar ook literatuurstudies. 

Betrokkenen
Wie was betrokken bij deze good practice? Welke rollen, met welke competenties? Op welke manier waren studenten betrokken?
Module-eigenaar: Tessa van Kempen. Peerfeedback: Edwin Melis. Video-ontwikkeling: Milou Timmer (voorheen ook module-eigenaar). 
Studenten werden meegenomen in de verschillende pilots die zijn uitgevoerd en krijgen na het afronden van het vak ook een evaluatie. 

Middelen
Welke ICT, technieken & methoden zijn toegepast?
Video-ontwikkeling i.s.m. Multimediasupport, MyMedia (videoplatform voor kennisclips), Vyond (voor animaties), FeedbackFruits (voor peerfeedback), Brightspace.

Uitdagingen
Welke uitdagingen moesten overwonnen worden? Hoe kunnen dit soort uitdagingen worden aangepakt?
Video-ontwikkeling vraagt veel tijd, dus hier moet goed op geanticipeerd worden. Doordat wij het binnen een project konden realiseren was er ruimte voor de docenten om hieraan bij te dragen. Door de samenwerking met Multimediasupport hebben we een mooie reeks kunnen ontwikkelen, dat was een groot succes. Ondanks dat FeedbackFruits een goed werkend systeem is, missen we de vervolgstap op het feedback geven in het proces. Daarom hebben wij nu een reflectieverslag als eindproduct waarin de student kan laten zien hoe hij de ontvangen feedback heeft verwerkt. 

Succesfactoren
Welke factoren hebben bijgedragen aan het succes (en aan het overwinnen van de uitdagingen)? 
De samenwerking met Multimediasupport voor de video-ontwikkeling. Maar ook de inzet van de docenten die de video’s hebben mede-ontwikkeld. 
De kennis over Peerfeedback van Edwin Melis en de durf en wilskracht van hem om dit te implementeren in het onderwijs. 

Doorontwikkeling
Wat zouden jullie nog willen verbeteren de komende jaren?
De eerste reeks van kennisclips is in een andere stijl ontwikkeld dan de tweede reeks, het zou mooi zijn als deze op elkaar zouden aansluiten. 
Qua peerfeedback zou het mooi zijn als de vervolgsstap (het verwerken van de feedback) ook binnen de tool gedaan zou kunnen worden. 

Unique selling point
Waarom is deze practice een good (best) practice?
De studenten kunnen op hun eigen tempo en in hun eigen tijd de theorie tot zich nemen middels video en krijgen middels peerfeedback toch feedback op hun geschreven teksten. 

Contactpersoon
Wie kan benaderd worden voor meer informatie over deze good practice Is er een website waar meer informatie te vinden is?
Milou Timmer: mjd.timmer@avans.nl .

Bronnen
- Greenberg, K.P., 2015. Rubric Use in Formative Assessment. Teaching of Psychology, 42(3), pp. 211-217.
- Melis, E., 2015. Peer-assessment is een must in het hbo. 's-Hertogenbosch: 
- Bouwdijk van, Bastiaanse-van Berckel, M, 2017. Schrijven voor technici. 1 edn. Noodhoff Uitgevers. 
- Vanhoof, S. , Speltincx, G,  2022 “Feedback in de klas. Verborgen leerkansen”
- Webpagina over peerfeedback van SURF: https://www.surf.nl/over-peerfeedback 

Nog meer lezen over goede (blended) praktijken?
Praktijkvoorbeelden van Avans-docenten lezen die tijdens het Blend Event aan bod kwamen vind je hier: Praktijkvoorbeelden Blend Event 2023, of check alle Praktijkvoorbeelden| Avans .